Deel 3: De stukken van onze huisschrijver Gerard Kessels

Door Ben Sonnemans

In een reeks artikelen willen wij u meenemen door de historie van onze vereniging. Kleine feitjes langs de kantlijn van deze 50 jaar worden belicht.

In de beginjaren speelden De Krottepoffers alleen toneel voor kinderen. Vervolgens werden zij vanaf 1976 betrokken bij de bonte avonden van carnavalsvereniging De Pinmaekers met o.a. sketches uit de pen van Gerard Kessels. Hij kreeg de smaak te pakken en schreef in 1978, ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Pinnenhof, zijn eerste toneelstuk met als titel ’t Wónger van Caele. Meerdere stukken zouden volgen. Telkens met de kenmerkende humor van Gerard Kessels, en erg gewaardeerd door het publiek. Nog steeds kijken de lezers van de  De Limburger uit naar zijn columns.  

We laten zijn stukken nog eens de revue passeren.

Hub Verdonschot (links) en Harrie Poell (rechts) in het stuk ’t Wonger van Caele.

’t Wónger van Caele (1978)

Toelichting: ’t Wónger van Caele was een eenakter en vormde samen met De Ni-jwieërter Opera het eerste avondvullend programma van de Krottepoffers. ’t Wónger van Caele speelde zich af op Caelen, vóór de gemeentelijke herindeling nog een agrarisch grensgebied tussen de gemeenten Nederweert en Weert, en na de gemeentelijke herindeling veranderd in industrieterrein Kampershoek in de gemeente Weert. De toenmalige kapel in Kampershoek ter ere van Sint Antonius en Sint Hieronymus is herbouwd in Boeket in Nederweert waar beide heiligen weer hun vaste plek hebben ingenomen. Hieronymus is geboren in Weert, maar het  gerucht dat Sint Antonius geboren is in Nederweert kon het Gorcums museum niet bevestigen. Wél staat vast staat dat beide heiligen als franciscanen ofwel minderbroeders in een klooster in Gorcum woonden en daar tijdens de Tachtigjarige Oorlog zijn opgehangen.   

Korte inhoud van het toneelstuk

In het grensgebied tussen Nederweert en Weert staat een kapelletje met de beelden van de Weertenaar Sint Hiëronymus (Hub Verdonschot) en  de Nederweertenaar Sint Antonius (Harrie Poell). Na een  smeekbede van een gelovige boer (Jan Vaes) aangehoord te hebben, komen de beide heiligen ’s nachts tot leven, maar borrelde ook de rivaliteit tussen Weert en Nederweert op.  Toen de smekende Nederweerter boer zijn grond dreigde te verliezen aan de gemeente Weert, greep Antonius hoogstpersoonlijk in en ’t Wónger van Caele geschiedde. Het werd een daverend succes!

De Randjweeg

Gerards eerste avondvullend toneelstuk De Randjweeg zag in 1980 het levenslicht. Wederom was een grondonteigening het conflict. Maar deze keer tussen een boer en de gemeente. Op de grond van de boer wilde de gemeente een nieuwe randweg aanleggen. Het botste behoorlijk tussen de boer (Jan Vaes) en de burgemeester (Hub Verdonschot). Ze gingen uiteindelijk met elkaar op de vuist. Ze belandden allebei in het ziekenhuis. Toevallig op dezelfde afdeling! De dokter (Harrie Poell) moest alle zeilen bijzetten om de ontketende boer in bed te houden.

De dokter (Harrie Poell) moest alle zeilen bijzetten om de ontketende boer (Jan Vaes) in bed te houden.

Gerard putte zijn inspiratie voor dit stuk uit de actualiteit van toen. Een zekere boer Stakenborg uit Heel weigerde halsstarrig om maar één centimeter van zijn grond te verkopen aan de provincie Limburg. De provincie wilde daar grind gaan winnen. Deze grindwinning aan de oevers van de Maas werd jarenlang door hem alleen tegengehouden. De huidige Maasplassen waren voorheen de akkers van boer Stakenborg.  

De Schötters

In 1981 schreef hij de Ni-jwieërter Schötters, waarbij een controverse met Weert weer een uitgangspunt was. Het geloof was nu de bron van het conflict. Het toneelstuk speelde ten tijde van de beeldenstorm. Het protestantisme verspreidde zich vanuit het noorden van Nederland naar het zuiden. In het stuk was Weert net bekeerd tot het protestantisme. De mensen van Nederweert wilden hier echter niets van weten. De schutters werden ingezet om de graaf van Weert tegen te houden. Maar hun leider kwam in de schandpaal terecht. List en bedrog was er voor nodig om hem hieruit te kunnen bevrijden. Uiteindelijk kwam de graaf van Weert zelf ook in de schandpaal terecht.

De schutters werden ingezet om de graaf van Weert tegen te houden. Maar hun leider kwam in de schandpaal terecht.

Laotj Pestoer mer gewaere

De carrière van Gerard bij de krant verliep voorspoedig en zelfs zo voorspoedig dat hij als buitenlands correspondent in Duitsland kon gaan werken. Hij moest daarvoor met zijn gezin naar Bonn verhuizen. (Daar was destijds het politieke centrum van Duitsland gevestigd totdat in 1989 de Berlijnse muur viel en de beide Duitslanden herenigd werden. Sindsdien is Berlijn weer de hoofdstad). Vóór de zomer schreef Gerard Kessels het eerste bedrijf van Laotj Pestoer mer gewaere. In de zomervakantie werd er verhuisd naar Bonn. De tijd ging dringen. De repetities waren al in volle gang en het tweede bedrijf stond op de planning. Een zucht van verlichting ging door de gelederen van de club toen na de zomervakantie het 2e bedrijf per post arriveerde.             

De pastoor en de maagd (Jan en Mariet Vaes) moesten in moeilijke omstandigheden het hoofd bieden aan de Duitse bezetter.

Nederweert in de Tweede wereldoorlog was de historisch achtergrond van dit stuk. De pastoor en de maagd (Jan en Mariet Vaes) moesten in moeilijke omstandigheden het hoofd bieden aan de Duitse bezetter. Het zou voorlopig het laatste laatste stuk worden, want na Bonn werd Gerard ook nog correspondent in Rome.

De Gezösters

Het duurde tot 2007 voordat hij met zijn nieuwe toneelstuk De Gezösters op de proppen kwam. (Zijn werkterrein lag ondertussen weer in Nederland op de Maastrichtse redactie van De Limburger).

V.l.n.r.: Resian Beerens-Bongers, Alice Claessens-Vaessen en Miranda Vaes als de gezusters Peters (Siem).

Het verhaal was losjes gebaseerd op het leven van de gezusters Peters (Siem). Die runden in het pand aan de Kerkstraat nr. 56 een café annex winkel. Het was een feest van herkenning. Qua decor, qua spel van de gezusters (Resian Beerens-Bongers, Alice Claessens-Vaessen  en Miranda Vaes) en qua stamgasten en hun gewoonten.  Zelfs de wekelijkse repetitie van het Gregoriaanse mannenkoor kwam erin voor.

Aaf en aan op de MössebaanToelichting                                                                                                                                      

In Zuid-Nederland duurde de Franse Tijd twintig jaar (van 1794/1795 tot 1814), en gedurende die gehele periode hoorde dit gebied bij Frankrijk en waren de inwoners dus Frans onderdaan.  

Scene uit het stuk Aaf en aan op de Mössebaan.

Het toneelstuk Aaf en aan op de Mössebaan (2011) vertelt het verhaal van het harde bestaan onder Franse bezetting door het leger van Napoleon. Alle jonge mannen moesten opkomen voor hun nummer. Loting bepaalde wie in Franse dienst moest en wie werd vrijgeloot. Hiervan werd een verliefd stelletje (Rob Maes en Miranda Vaes) de dupe. Meerdere jongemannen in Nederweert kozen via de Mössebaan in Ospel het hazenpad naar de peel in Brabant. Het smokkelen als een belangrijke bron van inkomsten en het verzet van de bevolking tegen de sluiting van de kerk door de Franse bezetter waren de ingrediënten van dit stuk.

Tot slot

Gerard heeft met zijn toneelstukken voor grandioze toneelavonden gezorgd. Het publiek en wij, de Krottepoffers, hebben hiervan geweldig genoten. Zijn bijzondere humor in ons dialect gecombineerd met de historische wortels van Nederweert als achtergrond maakten  zijn toneelstukken tot juweeltjes voor de Krottepoffers.

Gerard,

Namens de Krottepoffers en het publiek: Hartelijk dank!

Koop hier alvast je kaarten voor onze jubileumvoorstelling De Bende van Jan de Lichte:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.